HISTORIEK SITE

Situering

De site van de IJzertoren bestaat uit het ticketgebouw, het beeld van IJzersymbool Lode de Boninge achter het vroegere secretariaatsgebouw, de Paxpoort die is opgebouwd uit de restanten van de eerste IJzertoren, de Crypte rond de restanten van de eerste IJzertoren met daarin de stoffelijke resten van een aantal IJzersymbolen, de gedenkzuil voor IJzersymbool Joe English en de klok Nele, de steen met de vredeswil der volkeren en tenslotte, de nieuwe IJzertoren met daarin een museum en errond de Bedevaartweide.
Deze locaties zijn met elkaar verbonden met een toegangsweg en een wandelweg.


Historische Achtergrond

Het Heldenhuldecomité besloot in 1924 om de Heldenhuldezerkjes te recupereren en ze bijeen te brengen op een begraafplaats, op een daartoe aangekochte weide te Kaaskerke. Tijdens de oorlog was deze locatie gesitueerd in het midden van het Belgische front, recht tegenover de gevaarlijke Duitse uitvalsbasis ‘de minoterie’. Voor de oorlog was hier een zeepziederij gesitueerd.
Jaarlijks zou op deze plaats een “Bedevaart naar de Graven aan de IJzer” georganiseerd worden. De traditie van een jaarlijkse Vlaamse herdenkingsplechtigheid bestond al sedert 1920 met plechtigheden bij de graven van Joe English (1920) in Steenkerke, de gebroeders van Raemdonck te Steenstraete (1921) en Renaat de Rudder te West-Vleteren (1922). In 1923 werd eerherstel gebracht aan de stukgeslagen heldenhuldezerkjes te Alveringem-Oeren. Vanaf 1924 vond deze plaats in Kaaskerke op het aangekochte weiland.
Toen eind mei 1925 honderden Heldenhuldezerkjes werden verbrijzeld om er een weg rond de begraafplaats van Adinkerke mee aan te leggen, was de verontwaardiging aan Vlaamse zijde groot. Vanaf nu werd gedacht aan de oprichting van een IJzergedenkteken en een wedstrijd werd hiervoor uitgeschreven.
Het ontwerp van de eerste IJzertoren was van de hand van de architecten Robert en Frans van Averbeke, en geïnspireerd op het heldenhuldezerk van Joe English. De bouwwerken werden uitbesteed aan de firma De Tandt Gebroeders uit Nederbrakel. In mei 1928 werden de werken aangevat. Het IJzerbedevaartcomité stimuleerde de uitvoerend architect om het ontwerp te verhogen van 32 tot 52m. Op 7 juli 1928 legde Cyriel Verschaeve de eerste steen.


1. Eerste steenlegging door Cyriel Verschaeve

Op 12 oktober 1929 was de 52m hoge toren voltooid. Tijdens de 11de IJzerbedevaart van 24 augustus 1930 werd de IJzertoren plechtig ingehuldigd.
In 1930 werd een aanpalende weide aangekocht om de steeds talrijker aanwezige bedevaarders te kunnen ontvangen.

 
2. De inhuldiging in 1930

In de loop van de jaren werd de IJzertoren als het ware aangekleed. Meer dan honderd Heldenhuldezerkjes werden ingemetseld en de IJzersymbolen werden tussen 1932 en 1937 overgebracht naar de crypte. Deze IJzersymbolen waren gestorven soldaten, uit alle provincies, die op basis van hun gemystificeerde levensloop, soldatencarrière of persoonlijkheidskenmerken tot symbool van Vlaamse volksverbondenheid verheven werden. In de periode 1931-1934 werden 4 bas-reliëfs met “IJzersymbolen” door Karel Aubroeck tijdens de bedevaarten onthuld. In 1933 werd ook de Steen van Merkem als relikwie in de crypte van de toren ondergebracht, in 1937 het stukgeschoten Christusbeeld uit Nieuwpoort, in 1939 de vlaggen van de oud-strijders.

In 1935 werd het secretariaat van het IJzerbedevaartcomité overgebracht van Temse naar Diksmuide. In 1936 werd de leuze 'Nooit meer Oorlog' aangebracht en werd de crypte toegankelijk gemaakt als grafkamer. In 1937 werd opnieuw het terrein uitgebreid. In 1938 werden de eerste 10.000 namen met gesneuvelde soldaten ingehuldigd. Deze namen waren gemaakt in kleitabletten. De speciale gedenksteen voor de 'Vredeswil der volkeren' werd aangebracht.
Toen reeds maakte men plannen voor een museum. Dit museum moest plaatsvinden in een nieuwbouw op de hoek van de Kaaskerkestraat en de IJzerdijk.

Tijdens de begindag van WOII werd de IJzertoren een eerste keer beschadigd. Bij de gevechten tijdens operatie Dynamo, de terugtrekking naar en vanuit Duinkerke, werd ook hevig gevochten rond Diksmuide. Het bedevaartsecretariaat brandde uit en een Britse vliegtuigbom kwam in de toren terecht op 30 mei 1940.


3. Het bedevaartsecretariaat bevond zich toen in de Kaaskerkestraat.


4. Vliegtuigbom in de toren op 30 mei 1940

Tijdens WOII werden de bedevaarten georganiseerd in de crypte van de IJzertoren. Dit zorgde er mede voor dat na de oorlog het imago van de toren beschadigd was.
Na de Tweede oorlog werd de toren dan in 2 fasen gedynamiteerd. Een eerste poging vond plaats op 16 juni 1945. De toren vertoonde toen enkel een gat in de wand. Een tweede, doeltreffender poging gebeurde in de nacht van 15 op 16 maart 1946. De volledige toren stortte in.


5. Eerste dynamitering op 16 juni 1945
 


6. Tweede dynamitering op 15-16 maart 1946

Tussen het puin van de oude toren werd een wit Heldenhuldekruis gebouwd met het vers van Cyriel Verschaeve: ‘Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op de oogst o Vlaanderenland’.  

 
7. Wit Heldenkruis boven op het puin

In de lente van 1949 werd begonnen met het opruimen en herstellen van de crypte. Met het puin van de oude toren werd een monumentale toegangspoort gebouwd. Dit naar een ontwerp van Jan en Karel De Bondt. De werken hiervoor werden toegewezen aan aannemer Valère Petillon uit Boezinge.

 
8. Opruimen puin in crypte


9. De steen van Merkem werd onder het puin gevonden en enkele Heldenhuldezerkjes werden teruggeplaatst.

Naast het centrale opschrift ‘PAX’ werd een beeldbepalende rol toebedeeld aan de beelden van Karel Aubrouck die op de 4 zijden van de toren stonden. Deze beelden waren door de dynamitering in meerdere stukken gebroken, waardoor ze eerst gekuist moesten worden, zodat de brokstukken terug op elkaar geplaatst konden worden.


10. Het kuisen van de beelden die op de hoeken van de toren stonden

De opbouw gebeurde op een zodanige manier dat eerst de beelden werden geplaatst en daartussen dan de bakstenen werden gemetst.


11. Eerst werden de beelden opgebouwd, dan de rest van de PAX-poort.


12. De beelden werden gereconstrueerd zoals ze oorspronkelijk waren.

Voor de bedevaart van ’49 was de ‘PAX’ op de poort al volledig leesbaar. Tegen oktober 1949 was de toegangspoort volledig afgewerkt en op de bedevaart van 1950 kon deze ‘officieel’ ingehuldigd worden.


13. De PAX-poort is bijna klaar.

Vanaf nu kwam de focus volledig op de wederopbouw van de toren. Opnieuw werd hiervoor een aanpalend terrein verworven. Zo kon in de aanloop naar de bedevaart van 1951 een symbolische eerste houten paal in de grond geheid worden, als basis voor de later te bouwen nieuwe IJzertoren.


 14. Inheien symbolische eerste paal

Maar op de achtergrond ontstond er intussen een conflict over hoe de nieuwe toren er moest uitzien. De Leuvense hoogleraar Van Himbeeck had in mei 1951 het voorstel gelanceerd om een toren in beton te maken van 250 meter hoog. Het zou de toren tot één van de hoogste gebouwen van de wereld maken.


15. Het ontwerp van prof. Van Himbeeck

Op 9 februari 1952 nam het comité een definitieve beslissing over de vorm van de nieuw te bouwen toren. Men koos voor het ontwerp van Robert Van Averbeke, die ook de eerste toren getekend had. En men behield dus het silhouet van de oude toren. De hoogte zou evenwel opgetrokken worden tussen de 80 en 100 meter (en dit omwille van het eerherstel).
De kostprijs werd geschat op 18,5 miljoen frank.

 
16. Ontwerp van de nieuw te bouwen IJzertoren

In datzelfde jaar, 1952, werd dan gestart met het echte werk. De werken werden toegekend aan de Firma Vanderkinderen uit Bazel, ingenieur Amaat Monthaye en architect Robert Van Averbeke.

In hun opdracht werd de firma Pieux-Franki ingeschakeld. Zij moesten palen in de grond heien, zodat de toren op een stabiele ondergrond kon gebouwd worden. Enkele koppen die hiervoor gebruikt werden, liggen nog altijd op het terrein en worden nu gebruikt om de toegangsweg af te bakenen en ervoor te zorgen dat er niemand in de haag rijdt.


17. Inheien van 231 palen

Op de bedevaart van 1952 werd de eerste paal ingeheid (19 meter lang) en legde voorzitter Franssen  symbolisch de eerste steen.

 
18. Eerste steenlegging van de nieuwe toren

Tegen het einde van 1952 waren er uiteindelijk 231 palen ingeheid, elk met een draagvermogen van 60 ton, of in totaal een kleine 14.000 ton of 14 miljoen kg draagvermogen.
Eind november 1952 gebeurde er nog iets onverwachts. Een zware windstoot zorgde ervoor dat het witte Heldenkruisje op het puin van de oude toren grotendeels omwaaide, waarna het kruis in het voorjaar van 1953 moest heropgebouwd worden.

 
19. Heldenkruis is omvergewaaid

Het werk aan de toren zelf ging in 1953 verder. Van augustus tot oktober 1953 werd de eigenlijke betonplaat gegoten.

 
20. Het gieten van de betonplaat

Op 28 oktober 1953 was het gieten afgerond en waren de grondvesten voltooid maar dan viel het stil. Het veranderde politieke landschap en een acuut geldgebrek zorgden ervoor dat er in 1954 haast niets gebeurde.
Op de bedevaart van 1955 zagen de bedevaarders alleen de 14 meter hoge wachtijzers van de drummers van de nieuwe IJzertoren uitsteken.

 
21. Wachtijzers voor de drummers van de toren

Vanaf eind 1955 ging het dan sneller vooruit. Een jaar later, eind 1956, was de betonconstructie voor de toren al 16 meter hoog. De ingang voor de toren werd voorzien op de eerste verdieping, die te bereiken was via een monumentale trap.

 
22. Monumentale toegangstrap

De werken vorderden niet altijd even snel. Geldgebrek was hiervoor de belangrijkste reden. Maar vanaf 1961 ging het opnieuw snel vooruit. Eind 1961 was de toren al 31 meter hoog en met de bedevaart van 1962 was men al tot op een hoogte van 44 meter geraakt. Bovendien werd in datzelfde jaar opnieuw een aanpalend stuk weide aangekocht.
Eind 1963 was men al op een hoogte van 67,10 meter aanbeland en moest eigenlijk alleen nog de kroon op het werk gezet worden: de kruiskop!


 
Maar opnieuw was er geldtekort! Adiel de Beuckelaere ontwierp hiervoor de Kruiskopactie. De namen van de schenkers zouden op steentjes in de kruiskop worden vermeld en in de pers gepubliceerd.

 
23. Sponsortegels in de panoramazaal

Deze actie zorgde er mee voor dat de kruiskop klaar was tegen de bedevaart van 1964. Hiermee waren de ruwbouwwerken zo goed als afgelopen en bleef dus nog alleen de binneninrichting en de aanleg van de bedevaartweide over.
Op 3 april 1965 was het dan zo ver. De nieuwe IJzertoren was voor de eerste keer toegankelijk voor het publiek. Op de bedevaart van 22 augustus 1965 volgde dan de plechtige opening, al zou het nog wel een tijdje duren vooraleer alles effectief klaar was.
De totale bouw heeft uiteindelijk 13 jaar geduurd (1952 – 1965), de kostprijs bedroeg 27 miljoen tegenover de geraamde 18,5 miljoen frank en de toren is uiteindelijk 84 meter hoog geworden, en dus hoger dan de gevraagde 80 meter.
Daarmee was het werk niet af. Nu kon begonnen worden met de heraanleg van de weide.
 


24. De perceelgrenzen van de recent aangekochte weides zijn nog goed zichtbaar.

 
25. De gracht op het terrein wordt overwelfd.

 
26. De nieuwe toegangsweg rond de crypte en naar de toren

De gracht op het terrein werd overwelfd en de verschillende percelen werden samengevoegd. Een nieuwe verbindingsweg verbond de crypte van de oude toren met de nieuwe toren. Op de bedevaart van 1968 werden langsheen deze weg zerkjes geplaatst. Deze zerkjes werden gevuld met de brokstukken van de heldenhuldezerkjes die door de dynamitering van de toren vernield werden. Deze grafzerken staan nu rond de toren.
De toegang naar de toren werd al snel aangepast. De trappen naar de eerste verdieping verdwenen en de ingang werd nu op de gelijkvloerse verdieping geïnstalleerd.

Op 14 februari 1987 werd de site van de IJzertoren bij decreet uitgeroepen tot 'Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding', wat in 2012 werd aangepast naar ‘Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding en de Vrede’. Op 10 november 1992 werden de IJzertoren, de crypte en Paxpoort bij MB beschermd als monument en de bedevaartweide als dorpsgezicht. Sedert 9 juli 1997 staat het monument vermeld in het voorstel van decreet voor de lagere school eindtermen als een te kennen Vlaams symbool, naast het volkslied en de vlag. Vanaf 1998 werd het monument opgenomen in de lijst van de VN als 'Internationaal Vredescentrum'. De crypte en de Paxpoort werden in 2015 opgenomen in de lijst van WOI-sites die men tegen de zomer van 2018 als werelderfgoed wil laten erkennen.
In augustus 1993 werd de eerste restauratiepremie goedgekeurd voor herstellingswerken aan Paxpoort en IJzertoren. De houten dakafsluiting werd weggenomen en vervangen door een betonnen koepelvormige constructie. Ook de bedevaartweide werd heraangelegd. Begin 2014 werd deze constructie opnieuw afgebroken en is de oorspronkelijke grondvorm van de oude toren terug zichtbaar.

 
27. Betonnen koepelconstructie boven de crypte

Ook de IJzertoren zelf had een grondige renovatie nodig. In 1995 werd daarvoor 28 km stellingen rond de toren geplaatst. Na deze renovatie werd in de toren een museum ingericht, met Vlaamse subsidie. Zo kon op 13 maart 1999 het museum "Oorlog-Vrede-Vlaamse Ontvoogding" geopend worden. In de aanloop naar de 100-jarige herdenking van WOI werd met steun van Toerisme Vlaanderen het museum opnieuw heringericht. Het opende zijn deuren op 1 maart 2014.