Museum aan de IJzer

    Colloquium: 75 jaar dynamitering van de IJzertoren

    Op donderdag 11 maart organiseerde Museum aan de IJzer in samenwerking met het internationale platform NISE en CegeSoma een internationale conferentie over nationale monumenten die in specifieke omstandigheden vernield werden. Dit uiteraard naar aanleiding van de dynamitering van de eerste IJzertoren op 16 maart 1946, 75 jaar geleden. Omwille van de maatregelen tegen Covid-19 vond het hele gebeuren online plaats.

    Na de verwelkoming door Nise en Museum aan de IJzer startten we de dag met de uiteenzetting van Ann Rigney (Universiteit van Utrecht), onze eerste keynotespreker. Op basis van verschillende voorbeelden wees ze erop hoe het belang van monumenten toeneemt op het moment waarop ze gevandaliseerd of vernield worden. Op die manier definieerde Rigney een dynamisch model dat het collectief geheugen identificeert als cycli van stabilisatie en contestatie.

    Vervolgens kon het publiek kiezen tussen twee parallelle sessies met elk een verschillende thematiek. Zo ging de eerste sessie van start met als thema ‘Lokale, regionale en nationale herinnering’ met als voorzitter Bruno De Wever (UGent). Drie sprekers kwamen aan bod. Viktorya Sukovata (Kharkiv National Karazin University) besprak de interactie tussen nationale en regionale monumenten in Charkov, Oekraine. Michał Piasek (Humboldt University) had het dan weer over monumenten in de Servische regio Krajina in Kroatie. Iris Pupella-Nogues (Universite Paris-Est & Universita di Trieste) besprak de omgang met fascistische monumenten in de regio’s Trieste en Bolzano na de Tweede Wereldoorlog. De tweede sessie, ook bestaande uit drie sprekers, ging over ‘natiestaat, ideologie en monumenten’ en werd voorgezeten door Chantal Kesteloot. Binnen de tweede sessie kwam eerst Alana Bailey (Head of Cultural Affairs, AfriForum) aan het woord. Zij had het over de moeilijke situatie in Zuid-Afrika inzake de omgang met hun koloniale verleden en de Apartheid. Ze bood ook een inkijk in het huidige debat over het al dan niet verwijderen of verplaatsen van monumenten en standbeelden. Vervolgens bespraken Lana Lovrencic en Tihana Pupovac (Institute of Art History, Zagreb) de situatie in voormalig Joegoslavie. Op basis van enkele voorbeelden van destructies van monumenten probeerde ze de politieke structuren en mechanismes te reconstrueren. Maria Pavlova (Primakov Institute of World Economy and International Relations) sloot de themasessie af met een casestudie over de omgang in Polen met oorlogsmonumenten uit de Sovjettijd en de perceptie van deze omgang in Rusland en hoe deze de bilaterale Russisch- Poolse relaties beinvloedden.

    Na een korte middagpauze hernamen we de lezingen met de uiteenzetting van Kasper Swerts (Universiteit Antwerpen/ ADVN). Hij schetste een beeld van de vernieling van de IJzertoren op basis van cartoons. Zo probeerde hij de afbeelding van de vernieling van de IJzertoren te kaderen in het groter visueel narratief van cartoonisten na WOII, ook buiten de Vlaamse context. Daarnaast onderzocht hij op welke manier cartoons niet enkel de publieke opinie vastlegden, maar deze ook actief mee hielpen vormen. Na deze uiteenzetting kon het publiek opnieuw kiezen tussen twee themasessies. Bij de ene, onder leiding van Kasper Swerts, lag de naduk op ‘Hedendaagse globale perspectieven’. De eerste spreker, Karen Shelby (Baruch College), had het over de omgang met bestaande monumenten in de Verenigde Staten in het licht van de Black Lives Matter-beweging, specifiek de monumenten ter ere van de Geconfedereerde Staten. Ze stond daarnaast ook stil bij de vraag hoe de geschiedenis van zwarte Amerikanen kan zichtbaar gemaakt worden in de publieke ruimte. Vervolgens vergeleek Christina Spicer (University of Edinburgh) de moeilijke Canadese context en omgang met monumenten met voorbeelden uit de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Ten slotte reflecteerde Josh Dawson (SUNY Buffalo) over de omgang met de rol van de Canadese residentiele scholen voor de inheemse bevolking. Op hetzelfde moment vond de sessie rond ‘Reconstructiebeleid’ plaats. Willem Bekers (UGent legde uit hoe de verschillende stappen van de wederopbouw van de IJzertoren gebruikt werden in de regie van de IJzerbedevaarten. Als tweede in de sessie besprak Antonio Grgic (TU Graz) hoe het monument van Viceroy Josip Jelacicon in Zagreb onder het communistisch regime verdween, maar nadien terug werd gezet. Matic Batic (Science and Research Centre Koper) sloot deze sessie af met een lezing over de stad Gorizio die in het interbellum grote veranderingen onderging die niet enkel -zoals eerder aangenomen- van bovenaf werden opgelegd, maar ook van onderuit gedragen werden.

    De dag werd afgesloten door de laatste keynotespreker: Thomas Cauvin (University of Luxembourg). Hij stond stil bij de vaak moeilijke relatie van het brede publiek met monumenten en de rol van historici in dit proces. In zijn ogen kunnen historici samenlevingen helpen beslissen hoe ze best omgaan met hun monumenten en dus een stap verder gaan dan het louter interpreteren van het verleden.